Praten tegen een voorwerp zou een decennium geleden nog beschouwd worden als iets voor mensen met een geestelijke handicap of met groot vermogen tot fantaseren.
Maar in 2019 lijkt iedereen het wel te doen. We praten allemaal wel tegen een digitaal toestel dat uitgerust is met stembesturing. Dit gaat van het instellen van je GPS naar de weersverwachting opvragen aan je PC… Onze vriendinnen Siri, Alexa, Cortana en Google-Assistant (waarom heeft deze laatste geen naam van een persoon?) zijn niet meer weg te denken uit ons leven. Er gaat bijna geen dag voorbij of we praten tegen hen, of we horen wel iemand tegen deze dames praten. Bijvoorbeeld om onze favoriete muziek te streamen of een serie van Netflix te kunnen bekijken.
Deze voice assistants worden hoe langer hoe beter. Grote bedrijven als Apple, Microsoft, Amazon, enz. Investeren enorme bedragen in deze systemen. In het begin hadden deze systemen heel veel last van kinderziektes. Ze verstonden ons bijvoorbeeld de helft van de tijd niet. Maar daar is een enorme verbetering in te merken. Zo verstaan onze vriendinnen nu perfect iemand die Brits Engels spreekt tot andere vormen van de taal die in andere landen gesproken worden zoals in India of Japan. Dit is ook zo voor andere talen die een regionale variant kennen.